Voorjaar:
Het is voorjaar, en dat betekent dat de meeste kwekers beginnen met het rapen van broedeieren. Het is vanzelfsprekend belangrijk om alle factoren die een invloed kunnen hebben op de bevruchting te optimaliseren. Geef de dieren daarom af en toe vitaminepreparaten (verkrijgbaar in elke goede dierenvoederzaak) en een ontwormkuur (verkrijgbaar bij de dierenarts of de apotheker). Dieren met wormen herken je onder andere aan de bleke kopversierselen en het doffe verenkleed. 'Mebenvet®' en 'Flubenol®' zijn enkele voorbeelden van ontwormingsproducten die aan pluimvee toegediend kunnen worden. De poeders worden onder het voer gemengd. Om het ontwormingspoeder zo goed mogelijk aan de voerkorrels te laten kleven, voeg je best een scheut slaolie toe.
Ook voetzoolonstekingen kunnen voor problemen zorgen: een slechte conditie en een verminderde eileg. De bacterie 'Mycoplasma synoviae' kan bleke kammen
en een zwelling van de hakken en de voetzolen veroorzaken. Dergelijke letsels
vallen op omdat dieren discreet manken en minder snel groeien. Dat kan je oplossen door antibiotica toe te dienen. Zoolzweren kunnen ook ontstaan door een beschadiging van de voetzool, gevolgd door een infectie. Houtsplinters, scherpe betonranden en gritbakken zijn dan vaak de oorzaak, maar het kan ook in de genen zitten. In principe is een behandeling mogelijk, maar in de praktijk kan je best de aangetaste dieren uit de toom verwijderen en iets doen aan de oorzaak van de beschadiging. Wil je toch behandelen, dan kan de voetzool met een bistourimesje worden ingesneden. De etterende massa vloeit uit de snede en vervolgens moet je de wonde ontsmetten en plaats je een verband rond de voetzool. Dikwijls hervallen de dieren. Zorg er dan ook voor dat de dieren rustig zitten en niet te veel schrikken. Laat de dieren zeker niet tijdens de legperiode vaccineren.
Legmeel en -korrel bevorderen de eileg. Hoewel soms geopperd wordt dat deze legvoeders een negatieve invloed hebben op de bevruchting van de eieren, werd dat nooit wetenschappelijk aangetoond.
Zomer:
Net zoals tijdens alle andere seizoenen is het belangrijk om je kippen tijdens de zomerperiode te ontwormen. 'Mebenvet®' en 'Flubenol®' zijn enkele voorbeelden van ontwormingsproducten die aan pluimvee gegeven kunnen worden. Dieren met wormen herken je onder andere aan de bleke kopversierselen en het doffe verenkleed. De poeders worden onder het voer gemengd. Om het ontwormingspoeder zo goed mogelijk aan de voerkorrels te laten kleven, voeg je best een scheut slaolie toe.
Tijdens de zomermaanden kan de temperatuur flink oplopen. Hitte kan bij pluimvee (maar ook bij andere dieren) voor stress zorgen. Om overtollige lichaamswarmte kwijt te raken, lopen de kippen met opengesperde bek en afhangende vleugels rond. Hoge omgevingstemperaturen kunnen het sterftepercentage aanzienlijk doe stijgen. Bovendien is de kans op windeieren (eieren zonder schaal) stukken groter. Zorg ervoor dat de dieren over voldoende fris drinkwater beschikken, net zoals bij gewone weersomstandigheden trouwens. Als de dieren in een buitenren kunnen scharrelen, zorg dan zeker ook voor een schaduwrijk hoekje. Zitten de kippen in een gesloten hok, dan moet de ventilatie optimaal zijn. Let er bovendien op dat de dieren niet met te veel in een beperkte ruimte zitten. Eventuele transporten van pluimvee stel je best uit. Heb je geen andere keuze, opteer dan voor de koelere ochtenduren.
Coccidiose is al jaren één van de belangrijkste aandoeningen bij hobbypluimvee. Vooral dieren jonger dan 3 maanden kunnen aangetast worden, bij oudere dieren is dat zelden het geval. De dieren raken besmet omdat ze zogenaamde oöcysten opnemen. De parasieten komen in de darm van de kip tot ontwikkeling. De gevolgen kunnen in gunstige gevallen beperkt blijven. Maar dikwijls ontstaat er diarree, zit er bloed in de mest en is sterfte (soms tot 80%) onvermijdelijk. Oorzaken zijn onder meer de algemene hygiëne, de bezettingsdichtheid en de vochtigheidsgraad. Om besmettingen te voorkomen, kan je via het voer preventief anti-coccidiosemiddelen toedienen. Word je toch geconfronteerd met een uitbraak, dan kan een coccidia-dodend middel (Baycox®) in combinatie met een electrolietoplossing toegediend worden. Er is ook een vaccin (Paracox®) op de markt. Dat vaccin kan tijdens de eerste levensweek van de dieren toegediend worden.
Najaar:
Het najaar is voor veel kleindierliefhebbers een belangrijke periode: het tentoonstellingsseizoen weet je wel. Iedere fokker hoopt op die tentoonstellingen de hoogste predikaten weg te kapen. Daarom is het belangrijk dat de dieren in topconditie zijn én blijven.
De dieren moeten zoals ieder seizoen ontwormd worden. 'Mebenvet®' en 'Flubenol®' zijn voorbeelden van ontwormingsproducten die aan pluimvee gegeven kunnen worden. Dieren met wormen herken je onder andere aan de bleke kopversierselen en het doffe verenkleed. De poeders worden onder het voer gemengd. Om het ontwormingspoeder zo goed mogelijk aan de voerkorrels te laten kleven, voeg je best een scheut slaolie toe.
Vlooien en luizen kan de geoefende kippenkweker missen als de pest. Dit ongedierte kan met anti-ectoparisitica behandeld worden. Een ziekte die in het najaar nogal eens bij hobbypluimvee voorkomt, is pokkendifterie. Pokkendifterie merk je meestal bij jonge hennen op. De ziekte komt evenwel voor bij erg jonge kippen - vanaf de derde levensweek - tot bejaarde dieren. De meeste ziektegevallen steken de kop op tijdens de late zomer en de herfst omdat muggen, die het virus kunnen overdragen, in die periode het meest actief zijn. De huid- of pokkenvorm veroorzaakt zwartgrauwe zweertjes aan de kam, de oogleden, de bekrand en soms ook aan de poten en de rest van het lichaam. Bij de difterievorm zie je een geelachtig beslag in de keelholte en in de luchtpijp. Dat kan leiden tot verstikkingsverschijnselen. De ziekte verspreidt zich langzaam, wekenlang, over de toom. De sterfte kan oplopen tot 20%. Enkele weken later kunnen de letsels van de overlevende dieren spontaan geheeld zijn. De dieren kunnen preventief geënt worden. Maar ook bij een uitbraak is het zinvol om een noodenting uit te voeren, omdat de ziekte zich slechts langzaam over het hok verspreidt.
Alle dieren die aan tentoonstellingen deelnemen, moeten tegen pseudovogelpest, ook wel 'NewCastle disease' genoemd, gevaccineerd worden. De dierenarts schrijft bij de vaccinatie een attest uit dat (of minstens een kopie ervan) getoond moet worden bij het afleveren van de dieren op een tentoonstelling. Best laat je niet enkel dieren die aan tentoonstellingen deelnemen enten, maar ook de kweekdieren. Zo voorkom je dat tentoonstellingsdieren (die drager kunnen zijn van het virus, maar niet ziek worden) de niet-gevaccineerde kweekdieren besmetten. De ziekte kan tot 100% sterfte veroorzaken. Pseudo-vogelpest is een aangifteplichtige aandoening! Wie vermoedt dat hij dieren met vogelpest heeft, moet dat onmiddellijk bij de dierenarts melden.
Winter:
Wintertijd betekent opletten geblazen met extreme vriestemperaturen. Pas onder meer op voor bevroren kamversierselen bij hoenders. Dergelijke gevallen kom je meestal tegen in hokken met weinig ventilatie, zodat er een laagje condens op de kam neerslaat dat vervolgens bevriest. Ook tijdens het drinken kunnen de lellen nat worden en bevriezen. De bevroren delen worden zwart en vallen vervolgens af. Preventief kan je de kopversierselen insmeren met vaseline zodat er geen condens bevriest op de versierselen. Beschadigde kopversierselen kunnen de bevruchting zeer nadelig beïnvloeden.
Zorg er steeds voor dat de dieren over voldoende drinkwater beschikken. Bij vriesweer is dat niet altijd vanzelfsprekend. In de handel bestaan er verwarmingselementen die onder drinkemmers geplaatst kunnen worden.
Het aantal uren licht is van invloed op de eileg. Om in het voorjaar voldoende broedeieren te kunnen rapen, verlicht je de hokken vanaf november best 14 tot 16 uren. De broedeieren van traag groeiende rassen worden al zeer vroeg in het jaar (ook bij vriesweer) geraapt. Bij extreme vriestemperaturen sterft de kiem af in het ei. Daarom kan je best enkele keren per dag de broedeieren rapen.
Ook tijdens het winterseizoen ontworm je best je kippen. 'Mebenvet®' en 'Flubenol®' zijn enkele voorbeelden van ontwormingsproducten die aan pluimvee gegeven kunnen worden. Dieren met wormen herken je onder andere aan de bleke kopversierselen en het doffe verenkleed. De poeders worden onder het voer gemengd. Om het ontwormingspoeder zo goed mogelijk aan de voerkorrels te laten kleven, voeg je best een scheut slaolie toe.
